Fysiotherapie bij vroegtijdige artrose

Veel patiënten met knieartrose worden pas behandeld als er al veel structurele gewrichtsafwijkingen op een röntgenfoto te zien zijn. Dit terwijl het steeds duidelijker wordt dat als patiënten in een vroeg stadium van artrose al behandeld worden door een fysiotherapeut met spierversterkende oefentherapie, de artrose nog omkeerbaar kan zijn. Daarom is het noodzakelijk dat patiënten zo vroeg mogelijk geïdentificeerd worden. Dan is er nog geen of weinig schade in het gewricht. Met een knieonderzoek en een spierkrachtmeting kunnen mensen met functionele beperkingen al vroeg ontdekt en behandeld worden. Uit Nederlands onderzoek is zelfs gebleken dat artrose voorkomen kan worden door oefentherapie in combinatie met afvallen.

Meest optimale inhoud van oefentherapie

Hoewel bewezen is dat oefentherapie effectief is, wordt er nog veel onderzoek gedaan naar de optimale vorm van oefentherapie. Uit Engels onderzoek bleek een oefentherapie van vier sessies net zo effectief is als oefentherapie van tien sessies. De intensiteit van de oefenprogramma’s uit dit onderzoek was aan de lage kant, waardoor wellicht geen verschil in effect optrad. Ook het Nederlandse DO-IT programma (gesubsidieerd door KNGF) werd gepresenteerd. Hieruit blijkt dat specifiek aangepaste gesuperviseerde oefentherapie ook zeer effectief is bij patiënten met knieartrose en comorbiditeiten zoals DM2 of COPD.

Betere selectie van kandidaten voor operatie 

Het is bekend dat een gewichtvervangende operatie bij patiënten met knieartrose vaak leidt tot minder klachten. Uit recent onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel (20-40%) niet vooruitgaat of zelfs achteruitgaat na de operatie. Dit zijn voor een groot deel patiënten die relatief weinig klachten hebben voor de operatie. Als orthopeden alleen de meeste ernstige groep zouden opereren, werden de gemiddelde behandeleffecten dus beter met een afname in kosten.

Hypermobiliteit: te soepele gewrichten

Een groot aantal mensen wordt geboren met hypermobiliteit; soepele gewrichten. Daar is op zich niets aan te doen, en het hoeft niet tot klachten te leiden als je er goed mee omgaat.

De testjes om hypermobiliteit vast te stellen zijn simpel, er wordt gekeken naar de soepelheid van pinken, duimen, ellebogen,  knieën en rug. Als daar meer dan de helft erg soepel is dan heb je hypermobiliteit.

Het kan ook zijn dat er alleen een of een paar (bijvoorbeeld beide schouders) gewrichten erg soepel zijn. Belangrijk is dat je rekening houdt met de hoge passieve mobiliteit/instabiliteit.

Licht trainen

Zwaar trainen met gewichten of apparaten is af te raden omdat de gewrichtsoppervlakken dan te makkelijk overbelast kunnen worden doordat ze teveel schuiven.

Wel kun je goed licht, maar dan sneller trainen met meer herhalingen. Een effectieve behandeling is dus om er gerichte actieve dynamische snelle niet te zware training voor te geven. Daardoor blijft de actieve stabiliteit op peil.